aanpassingsvermogen versus leeftijd/gewicht

Moderator: Projectbeheerders

Berichtdoor Filip Matthys » di dec 22, 2009 12:22 pm

Heren,
Nu het winter is, en het water ietsjes geringer aan onze mouw trekt, is het misschien het uitgelezen moment om iets dieper in te gaan op bepaalde aannames (die rechtstreeks invloed kunnen hebben op het uitzettingsbeleid).

Wanneer wij in Vlaanderen (Provinciale Visserijcommissie) een bepotingsplan opmaken (niet alleen voor karper, maar ook voor winde, voorn, zeelt, …), dan gebeurt dit altijd middels een overleg, waarbij ook een visserijbioloog aanwezig is.
Tijdens zo'n overleg komt de laatste jaren het fenomeen ‘adaptatie’ regelmatig op tafel.

Met adaptatie wordt kortweg bedoeld: zich (kunnen) aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Ieder levend organisme is in staat zich aan te passen aan veranderingen in/aan zijn leefomgeving. Cru gezegd, om de levenskansen te vergroten, of straffer nog, het leven simpelweg mogelijk te maken.

Ook wij dienen ons aan te passen, zij het miniem. De opwarming van de aarde als praktisch voorbeeld.

Wanneer een spiegelkarper(tje) van de ene dag op de andere de kweekvijver moet ruilen voor een totaal nieuwe omgeving, dan komt dat vermogen om zich aan te passen sterk naar boven. Gelukkig maar.

Een tweede gegeven is het feit (volgens onze biologe) dat dat aanpassen een stuk moeilijker gaat verlopen naarmate de leeftijd toeneemt. Hoe jonger een visje, hoe sneller/makkelijker het zich zal/kan aanpassen.

Concreet bij spiegelkarperprojecten wil dit zeggen dat K2 vissen de voorkeur genieten op een K3 vis. Althans, volgens de wetenschappers.


Vraag is,
- Kan dit gegeven doorwegen bij het vastleggen van het ideale uitzetgewicht?
- Hebben nog andere mensen praktische ervaringen (positief als negatief) rond dit gegeven?
- Andere bedenkingen?

Toch maar eens doorlichten, of archiveren onder de noemer 'spijkers op laag water'?


Groetjes,
Filip.
Filip Matthys Offline

Avatar gebruiker
 
Berichten: 46
Geregistreerd: ma nov 24, 2008 10:08 am
Woonplaats: West-Vlaanderen België

Berichtdoor joris weitjens » wo dec 30, 2009 10:27 pm

Beste Filip,
Nu we het toch over overleving hebben. Aanpassing is denk ik een factor waar onterecht weinig over gesproken wordt. In m’n lezing voor de KSN had ik het over oude bomen die je niet moet verplanten. Sinds 1998 hebben we met de AHV menig spiegelkarper ‘gered’ uit karperonterende omstandigheden, uit overvolle parken en natuurlijk de overvolle Bosbaan. Groot waren ze niet maar wel oud. Aan de beschubbing af te lezen vaak genoeg 20 of dertigplussers (qua leeftijd). Zelf heb ik vaak gedacht ze daarmee een goeie ouwe dag te bezorgen in de boezem. Ik kom daar steeds meer van terug.

Uiteraard hebben we al die spiegels gefotografeerd en dat leert ons veel.
Ten eerste ligt het terugmeldpercentage behoorlijk van karpers afkomstig uit stadsparken bij ons ver onder de maat . Iets wat je van grotere (gem een kilo of 3) niet meteen zou verwachten. Verder zie je heel vaak dat ze vrij kort (binnen een of twee jaar) na uitzetting worden gemeld en daarna niet meer. Een ander veeg teken is dat we veel van die overgezette vissen als het ware zien exploderen in groei. Vier tot vijf kilo erbij in 1 jaar - in een boezemsysteem waar de helft al mooi is - voor een kleine stokoude vis is geen uitzondering. Joepie, zou je zeggen, maar als die vissen vervolgens in het grote niets verdwijnen, vrees ik het ergste. Ik moet er wel bij zeggen dat het ook opvallend is hoe die, lang in overvolle parken en karperputten opgesloten vissen, als gekken gaan zwemmen en dat kan ook een reden zijn van buiten beeld verdwijnen.
Ik heb de indruk dat het (eet)gedrag van veel oudere overgezette vissen naar twee kanten kan doorslaan. Of ze vreten zich (binnen een paar jaar) dood of ze zakken al snel weg in een lethargische toestand en dan komt de dood nog sneller. Om in jouw termen te blijven: vooral als je oude, magere karpers (in de winter?) loslaat in een vreemde omgeving doet dat wel een heel groot beroep op hun aanpassingsvermogen. De stress daarvan alleen al zal vaak wellicht al fataal zijn.

K2 of k3? dan spelen andere factoren dan aanpassingvermogen denk ik een veel grotere rol.. De belangrijkste is wellicht dat het natuurlijke selectiepatroon nog in volle gang is als de vissen pas 1 winter hebben overleefd. Ik bedoel: als een kweker in juni met 100.000 vingerlingen van 6 tot 8 cm begint zijn er daarvan na de eerste winter in de vijvers nog hooguit 20.000 over. Krijgen ze een tweede winter (k3 vissen) dan houd je er misschien nog 8000 over. Dat soort verliezen in de eerste jaren zijn vrij normaal. In de vrije natuur gaat het er nog heel wat heftiger aan toe.
Voor fotograferende projecten die streven naar hoge overlevingskansen van individuen kun je dan wellicht beter kiezen voor k3.
Hoewel de term snoekenvoer in mijn ogen wel heel gemakkelijk wordt gebezigd speelt predatie zeker ook nog een rol.

Wat een k3 vis ook voor heeft op een k2 is dat die k3 is november er vaak weldoorvoed uitziet. K2 vissen zijn in de regel wat magerder. De groei zit ‘m daar vooral in lengte. Die vetopslag is natuurlijk wel gunstig voor het overleven van de eerste winter ‘buiten’
Maar ergens zal er een omslagpunt liggen. Dan gaat aanpassing een veel grotere rol spelen. K4? K5?

In ieder geval lijkt me jouw adaptatieverhaal een extra goede reden om niet (eigenhandig) met oude karpers te gaan slepen.

Anderen met andere ervaringen? Ik ben vooral benieuwd naar het lot van uitgezette/overgezette oude karpers.

Groet van Joris
joris weitjens Offline

Avatar gebruiker
 
Berichten: 192
Geregistreerd: za nov 22, 2008 11:37 pm

Berichtdoor Filip Matthys » do okt 28, 2010 7:47 am

Vaklui,
al geruime tijd zit ik met een vraag.
(en de pas geplaatste foto's van SKP Rijnstreek - Woerden hebben die vraag nog een tikkeltje meer aangezwengeld)

In deze topic, waar het gaat over aanpassingsvermogen en overleven (meer en meer wordt aangenomen dat fysieke schade recht evenredig staat met het overlevingspercentage), lijkt die vraag het beste op zijn plaats.

Het zal jullie ook wel al eens (of meerdere keren) opgevallen zijn dat er wel heel erg opvallende 'schade' merkbaar is aan de rug- en staartvin van pas geleverde karpers. Vaak is de rugvin diep ingesneden. Soms zo diep dat deze niet meer kan herstellen. Niet zelden ergens halfweg die rugvin. Dus nooit de eerste vinstralen.
Ook de staartvin vertoont soms keurig uitgeknipte 'uitsparingen'. Opvallend is trouwens dat 'staartschade vaak wel helemaal herstelt.

Eerst dacht ik nog aan schade ten gevolge van transport (vooral wat die staartschade betreft).

Recent nog las ik (mogelijks op dit forum, maar vindt het niet meteen terug) dat die vinschade te danken is aan het letterlijk wegknippen van beginnend vinrot, dit door de kweker zelf.

Een stelling die best wel aanvaardbaar klinkt, maar kan iemand dit bevestigen? Zijn er andere verklaringen voor die extreem holle vorm van rugvinnen en rechthoekige gaten in de staart?

Benieuwd naar mogelijke reacties!

Groetjes,
Filip.
Filip Matthys Offline

Avatar gebruiker
 
Berichten: 46
Geregistreerd: ma nov 24, 2008 10:08 am
Woonplaats: West-Vlaanderen België


Keer terug naar Algemeen

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast